donderdag 14 mei 2026

Kastje

Den Bosch, 2002, links onder, naast het toegangsluik
en onder de beugel voor de scheepsbel: een kastje.


Naast de ingang van de machinekamer is een kastje gelast. Duidelijk niet door De Groot en van Vliet. Het kastje is van 5mm plaat, het laswerk is nogal matig en er zit een bovenrand aan die doet vermoeden dat er een deksel op hoort. Boven dit kastje hoort de Scheepsbel te hangen. De kleine Scheepsbel. Met de wens dat er een Scheepsbel komt met de oorspronkelijke maat moet het kastje nu maar eens weg.

Wat de functie van het kastje was weten we niet. Op de foto’s die we hebben uit de Vlissingse tijd komt het kastje niet voor. De oudste afbeelding die we hebben is van een bezoek aan de Dreg IV in januari 2002. Wat we wel weten is dat toen we de boot kochten, het een soort aquarium was. Het kastje had geen afwatering, alles wat er in regende bleef er in staan. Dat was aan de bodem van het kastje te zien, veel roest en diepe putten. Toen we in 2007 de boot kochten, eerst twee afwateringsgaten geboord, zo veel mogelijk losse roest er uit en de roestbedoening in de dikke olie gezet. En een deksel gemaakt. Zo was de situatie voor jaren stabiel, de roest was gestopt, maar het probleem zat er natuurlijk nog. 

Kastje op weg naar het einde. 


Het “Scheepsbel” avontuur was de aanleiding het kastje maar eens weg te halen. Makkelijker gezegd dan gedaan. De opbouw waar het kastje tegenaan gelast is, is maar 3mm dik. De roest putten hebben daar nog een heel stuk van af gesnoept. Voorzichtig slijpen dus. En zagen. En zo dicht mogelijk langs de originele staalplaat om zo weinig mogelijk nawerk te hebben, om de originele plaat zo koud en dus zo vlak mogelijk te houden. 

Het einde komt dichter bij. 

Dan blijkt natuurlijk dat de roest, de roest van vroeger, toch wel veel en ook diepe putten gemaakt heeft. De bodem er uithalen en een nieuw stuk plaat inlassen is overwogen, maar er onder in de machinekamer zit van alles. En dat betekent de boel afschermen en inpakken, geen leuk vooruitzicht. En ook niet weinig werk. Besloten eerst maar roest en overgebleven coating weg te halen om te kijken of de bodem nog te redden is. 

Kastje weg, verf en roest gedeeltelijk weg. 

Roest en verf weg is nog wel een klusje, maar het lukt. En wat over blijft is ijzer, met veel putten, waarvan een paar toch wel wat diep. 

Putten, allemaal putten.


En de lasser van het kastje is aan de zijkant op een paar plaatsen door de 3mm plaat gebrand. Gaatjes dus. Die worden dichtgelast, en een paar diepe putten worden opgelast. De nieuwe lassen worden samen met de oude glad geslepen. 

IJzer met primer, hopelijk roest nu blijvend weg.

Er is nu genoeg ijzer over, slijper en lasapparaat kunnen opgeruimd. Nog een keer goed ontroesten en Nanoprimer moeten de basis leggen voor epoxy en coating. Voor het optische effect wordt een groter deel van de opbouw ontverfd en in de primer gezet. 

Ontroest en ontverfd, met mastvoet voor in de “tropen”.


Daarbij komen de tapeinden waarmee ooit de nooit op de Dreg IV gebruikte achtermast op de machinekamer opbouw stond in beeld. De dubbele achtermast was, net als de nog wel aanwezige voormast, bedoeld als drager voor de tropentent. Als enige Dregboot is de Dreg IV echter nooit in de tropen geweest, mast en tent zijn na de in gebruik stelling van de boot verwijderd en nooit meer teruggeplaatst. 

Eerste Epoxy voor een minder pokdalig uiterlijk. 

Met Epoxy plamuur worden de littekens die roest en lassen veroorzaakt hadden opgevuld. Dat lukt door de diepte en de hoeveelheid putten niet in één keer. Eerst maar de grote oneffenheden zo veel mogelijk vullen. Dan vlakschuren, korrel 60 gevolgd door korrel 80, om te zien waar meer epoxy nodig is. 

Tweede plamuur sessie, het ziet er uit of
de Dreg beschimmeld is. 


Uiteindelijk is het na de 2e plamuur sessie “bijna” goed. Nog een paar plekjes en dan kunnen epoxy en plamuurmessen ook opgeruimd. Omdat we na het schuren op plekken waar de plaat nog de originele dikte heeft, tot op het ijzer schuren, alles nog een keer afgedekt met Nanoprimer. Want roest willen we niet weer. Dan kan de eerste laag Aluprimer er op, en kunnen we zien wat we gedaan hebben.


Egale kleur om te zien of het een egaal oppervlak is geworden.


De Dregkapitein staat bekend om z’n streven naar perfectie. Helemaal perfect is het niet, maar de nu zichtbare plekjes zijn met schuren en verf te maskeren. We schuren de verf waar nodig om onvolkomenheden te verbergen dun, klaar voor een 2e laag Aluprimer. 

Geschuurd, weer iets gladder, weer iets beter.

De tweede laag primer zorgt voor weer een stap vooruit. En het ijzer is voorlopig afdoende beschermd, hier zo snel geen roest meer. Dus geen “haast” meer in dit hoekje, het mooie weer kan nu zonder gevolgen weer terug naar “wind en regen”.

Bijna perfect met 2e laag primer, voorlopig perfect beschermd. 

We hebben natuurlijk een paar plekjes gezien die beter kunnen, maar die moeten noodgedwongen even wachten. Die plekjes zijn de laatste oneffenheden, weg te werken met plaatselijk schuren en nog een laag verf. 

We hoeven geen Groene Draeck, daar ontbreekt het budget voor en de Rijkswerf is vast te druk met wat anders. Maar wat we met niet te veel werk en tijd zelf kunnen doen, gaan we dat doen als er straks weer meer Dreg-tijd is. 

Nee, geen Groene Draeck, wel verf, nog meer verf.


De draad na een paar weken weer opgepakt. Geen nieuwe roest, nog wel wat te doen. Bij de lassen waar de handrail naast het luik aan de opbouw zit, zitten tussen de plaat en de buis spleten waar bijna geen verfkwast in te krijgen is. Vroeger niet, maar nu ook niet. Gevolg: millimeters oude, uitgedroogde verf op de verkeerde plek. Met scheutjes er in en er onder, ja het kan niet anders, alweer roest. 

Zo was het, geen kwast tussen te krijgen en dus diepe putten. 

Voor we verder gaan, gaan we deze kier afkitten, dat geeft meer flexibiliteit dan harde epoxy of verf. Daarna worden de paar plekjes die nog beter kunnen vlakker geschuurd en de 3e laag primer er op gezet. Waarom zoveel primer? Twee redenen. We hebben de primer geschuurd, om de “hoge” plekken lager te maken. Door de primer lagen “dunner” te maken. De primer laat ook beter zien waar de oneffenheden zitten dan de plamuur er onder. En de plaat is hier niet helemaal vlak meer. Het lijkt er op dat het gewicht van de koekoek met de schoorsteen de afgelopen 76 jaar een beetje een deuk in de bovenkant van de opbouw gedrukt heeft. In de hoek bij de koekoek en de machinekamer ingang blijft dus water staan. Verf is dan geen overbodige luxe, het is een noodzaak. 

Eindelijk de coating er op, verven is klaar.

Over de primer komen om het af te maken nog twee lagen coating. Nu is pas goed te zien dat wat eerst een maanlandschap was, veranderd is een een bijna spiegel glad stukje opbouw. En de roest zal nu voorlopig wel weg blijven. 

De tijd per vierkante meter voor dit stukje boot was behoorlijk bovengemiddeld. Maar ja, het kastje zat er nu eenmaal, in de weg voor een “nieuwe” scheepsbel, met de roest er gratis bij.